Europese Structuurfondsen 2014-2020

Europese Structuurfondsen 2014-2020 Position Paper Aedes

Europese structuurfondsen worden ingezet ten behoeve van regionale ontwikkeling, cohesie en sociale ondersteuning. Voor de nieuwe periode 2014-2020 komt 376 miljard euro beschikbaar. Tussen 2007 en 2013 kreeg Nederland 1,9 miljard euro aan structuurfondsen toebedeeld. De nieuwe verdeling is nog niet bekend gemaakt.

Op dit moment worden de regels voor die Europese structuurfondsen voor de programmaperiode 2014-2020 vastgesteld. Zowel in Brussel als in Nederland wordt nagedacht over de kaders en de prioriteiten vanaf 2014. Nederland zal dat vastleggen in een aantal Operationele Programma’s en in haar Partnerschapscontract.

Eind 2012 worden deze aan de Europese Commissie voorgelegd. Het Ministerie van EL&I coördineert dit met andere departementen en vertegenwoordigers van decentrale overheden.

1. Prioritaire doelstellingen en veranderingen Structuurfondsen
Er zijn twee type Structuurfondsen in Nederland:
– het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor de ontwikkeling van regio’s en
– het Europees Sociaal Fonds (ESF) voor opleidingen, werkgelegenheid en sociale ondersteuning.

Aedes is verheugd dat de Europese Commissie voor een thematische prioritering heeft gekozen. Woningcorporaties kunnen nu bij de volgende prioriteiten betrokken worden:
• energie-efficiëntie en duurzaamheid (min. 20% van EFRO-fondsen)
• integrale gebiedsontwikkeling (min. 5% van EFRO-middelen, direct beheerd door
gemeenten)
• innovatieve stadsontwikkeling (tot 0,2 % van jaarlijkse financiering)
• bijzondere aandacht voor demografie en krimp
• sociale inclusie en armoedebestrijding (min. 20% van het ESF-budget)

Voor de woningbouw komen in de huidige periode uitsluitend energie-renovaties en duurzaamheid in bestaande woningen in aanmerking voor Structuurfondsen. Vanaf 2014 wordt die beperking losgelaten en zijn er geen voorafgaande beperkingen meer voor de woningbouw.

De Europese Commissie vermeldt verder dat maatschappelijke partners, zoals woningcorporaties, actief moeten worden betrokken bij het opstellen, de uitvoering en de evaluatie van de partnerschapscontracten.

2. Standpunt Aedes
Nu doelstellingen en prioritaire gebieden voor de Structuurfondsen 2014-2020 in Nederland worden vormgegeven vraagt Aedes aan het Rijk en de decentrale overheden om aandacht te schenken aan de volgende prioriteiten.

• Het voorstel bestemt minimaal 20% van het nationaal EFRO budget voor energie-efficiëntie en duurzame energie. Rijk, Woonbond Aedes hebben over dit onderwerp afspraken gemaakt in het huidige Energieconvenant. Dat kader faciliteert huurders, gemeenten en verhuurders om makkelijker afspraken met elkaar maken zodat een deel van de woningvoorraad tot energielabel B of met twee energielabelstappen verbeterd wordt. Het Rijk moet samen met decentrale overheden en corporaties een deel van het EFRO hiervoor inzetten. In het toekomstige Energieconvenant voor de huursector wordt de inzet van deze Europese middelen als onderdeel van de verplichtingen van het Rijk benadrukt.

• Steden krijgen 5% van het nationaal EFRO budget voor integrale gebiedsontwikkeling. Aedes steunt dit voorstel. Het maakt namelijk een betere afstemming op de lokale behoeften mogelijk. Corporaties moeten toegang krijgen tot die fondsen om economisch en sociaal relevante projecten te kunnen ontwikkelen in die steden. Woningcorporaties zijn een belangrijke spil omdat de integrale aanpak die Europa hierbij vereist ook een goede samenwerking tussen gemeenten en maatschappelijke organisatie vergt. Er is een doeltreffende inzet van middelen en een goede voorbereiding nodig voor de projecten die vanaf 2014 het licht gaan zien. De (uitgekozen) steden moeten tijdig lokale partijen, zoals woningcorporaties, betrekken bij deze prioriteiten voor integrale gebiedsontwikkeling.

• Om de structuurfondsen voor gebiedsontwikkeling maximaal te benutten, moet samen met de corporatiesector naar efficiënte financieringsconstructies en geschikt staatssteunkaders gezocht worden. Om niet elke keer het wiel uit te moeten vinden moeten deze kaders algemeen inzetbaar zijn. De inzet van zgn. Urban Development Funds in lijn met het JESSICA-programma van de Europese Investeringsbank zou nader bekeken moeten worden.

• Vanaf 2014 is het ook mogelijk om EFRO- en ESF-gelden in te zetten voor leefbaarheid, sociale cohesie, krimp en vergrijzing. Gemeenten en regio’s, waar deze problematieken spelen, moeten samen met woningcorporaties en andere maatschappelijke partners de komende tijd bekijken hoe vanaf 2014 de structuurfondsen kunnen bijdragen aan die uitdagingen.

• Veel van de aandachtsvelden in de nieuwe structuurfondsen raken direct aan het werkveld van woningcorporaties. Als zij tijdig betrokken worden als partner kunnen zij een actieve rol spelen bij de effectieve en efficiënte vormgeving van integrale gebiedsontwikkeling. Op Rijksniveau zou dat in het
partnerschapscontract naar voren moeten komen. Op regionaal niveau via de concrete uitwerking in de operationele programma’s.

3. Achtergrond
Duurzaamheid
Duurzame energie en energie-efficiëntie vormen een uitdaging voor Nederland. Het Nationaal Hervormingsprogramma 2011 vermeldt: ‘In de gebouwde omgeving is nog veel potentieel aanwezig om energie efficiëntie te bevorderen. Het kabinet wil daar specifiek nieuw beleid op richten.’ Dit, samen met zonne-energie, zijn ook punten uit het topsectorenbeleid van het Rijk.
Corporaties hebben zich in het energie-convenant met de Woonbond en het Rijk verbonden om tussen 2008 en 2018 een besparing van 20 procent op het gasverbruik in de bestaande voorraad te bereiken. Ze zijn goed op weg. Alleen in de eerste zes maanden van 2011 zijn ongeveer 110.000 corporatiewoningen aangepakt. Het gasverbruik van alle 2,4 miljoen corporatiewoningen is daardoor met circa twee procent gedaaldii. Voor huurders van groot belang aangezien energielasten de laatste jaren flink zijn gestegen en in de toekomt een steeds groter deel van hun woonlasten zal vormen.

Andere landen maken op grote schaal gebruik van structuurfondsen voor energie-efficiëntie en duurzaamheid in de sociale woningbouw. In Frankrijk (250 mln euro), Griekenland (241 mln euro) en het Verenigd Koninkrijk (170 mln euro) blijkt dat hiermee : per 100 woningen 25 voltijdbanen gecreëerd worden; de fondsen voor vijf keer zoveel investeringen zorgen en het energieverbruik met gemiddeld 40% afneemtiii. In Nederland is alleen in Drenthe, Friesland en Groningen tussen 2010 en 2011 Europees geld voor dit doel ingezet (3 mln euro aan structuurfondsen). Daar bleek de hefboomwerking aanzienlijk: een subsidie van 1.200 euro per woning zorgde voor 19.000 euro aan energie-investeringen door corporaties. Meer dan 2.500 huishoudens zullen hiervan profiteren.

Een slimme en langdurige inzet van structuurfondsen (bijv. een fonds voor energiebesparing en duurzaamheid in de sociale woningvoorraad) voor de periode 2014-2020, zou een nieuwe impuls geven aan de duurzaamheid, de betaalbaarheid en de werkgelegenheid in de woningbouw.

Europese fondsen dienen niet te worden ingezet voor doorsnee-projecten, maar moeten economisch waardevolle innovatieve elementen bevatten of een versnelling teweeg brengen. Het Rijk heeft bijvoorbeeld in de Innovatieagenda Energie ambitieuze doelen vastgesteld voor energiebesparing en duurzame energie in de gebouwde omgeving. Het wil zich voorbereiden op de Europese eis om vanaf 2020 uitsluitend energie-neutrale woningen te bouwen. Woningcorporaties willen graag tot Europese de koplopers behoren op dit gebied. De meerjarige Europese fondsen kunnen ervoor zorgen dat corporaties op een innovatieve en slagvaardige manier reageren op de toekomstige uitdagingen van duurzaamheid, energiezekerheid én energie-armoede.
Gebiedsontwikkeling en krimp

De Europese Commissie hecht grote waarde aan integrale gebiedsontwikkeling. Voor dit doel zullen een aantal (aan te wijzen) gemeenten direct over 5% van het EFRO-budget beschikken. De integrale aanpakiv, vraagt om de betrokkenheid van lokale partners zoals woningcorporaties. Maar corporaties zitten klem tussen een verslechterende markt, extra bijdragen aan het Rijk (640 mln heffing/jaar) en een somber toekomstperspectief. Dit, en de nieuwe afbakening van hun (DAEB-) taken, zorgt ervoor dat bepaalde projecten niet langer haalbaar zijn zonder een bijdrage in de kosten.

Woningcorporaties moeten onderdeel zijn van de integrale gebiedsaanpak die structuurfondsen vanaf 2014 gaan ondersteunen. Een slimme en gerichte inzet van structuurfondsen stelt corporaties in staat om een grotere bijdrage te leveren aan
betaalbaar wonen, leefbaarheid, energiebesparing, innovatie, duurzaamheid en gebiedsontwikkeling. De neveneffecten voor de bouwsector, de werkgelegenheid en de lokale ontwikkeling zijn daarbij net zo belangrijk.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s